Werken met een empowermentbenadering

Dit artikel beschrijft hoe men een empowermentbenadering naar de praktijk omzet. Het bouwt verder op de bijdrage Empowerment: definitie en belangrijke deelelementenEmpowerment wordt gezien als een multi-level construct, waar participatie van een individu, zijn omgeving en de gemeenschap centraal staat. Werken met een empowerment benadering vereist actief burgerschap, waarbij elke mens betrokkenheid krijgt en uitreikt. Binnen dit kader is de rol van zorg en welzijn het ondersteunen en faciliteren van empowermentprocessen in dialoog met het individu. Ook self-empowerment, gebaseerd op zelfkennis van het individu en zijn/haar geloof in en toegang tot kansen en mogelijkheden is essentieel. Deze verschillende componenten worden hier uitgebreid besproken.

3.1 Empowerment als ‘beweging’

Empowerment wordt tegenwoordig niet alleen in verband gebracht met de versterking en emancipatie van achtergestelde groepen. Het wordt ook en in toenemende mate op het niveau van het kwetsbare individu omschreven, als een strategie om de eigen mogelijkheden en zelfredzaamheid te versterken. Het begrip duikt op binnen de gezondheidszorg, de psychiatrische zorgverlening, de maatschappelijke opvang en dienstverlening en wordt daarbij gekoppeld aan kwetsbare doelgroepen zoals chronisch zieken, psychiatrische patiënten, cliënten van de maatschappelijke opvang, dak- en thuislozen, risicojongeren, zorgbehoevende ouderen of mensen in armoede.

Verschillende auteurs beschrijven empowerment als een gelaagd construct. Zimmerman onderscheidt drie lagen: een gemeenschapsniveau, een organisatieniveau en een individueel niveau (Zimmerman, in: Van Regenmortel, 2004). Deze verschillende niveaus zijn onderling verbonden en van elkaar afhankelijk (Jacobs et al., 2005). Op het niveau van de gemeenschap (macroniveau) verwijst het begrip naar de samenleving en het sociale beleid, dat structurele mechanismen van sociale uitsluiting bestrijdt en zich richt op maatschappelijke deelname van iedereen (participatie en sociale inclusie) (Jacobs et al., 2005). Op het niveau van organisaties (mesoniveau) verwijst het begrip onder andere naar het vergroten van inspraak en beslissingsmacht van mensen binnen die organisaties (Jacobs et al., 2005; Zimmerman, 2000).

Op individueel niveau (microniveau) verwijst het concept empowerment naar het geloof in de eigen capaciteiten en krachten van het individu om zijn omgeving te beïnvloeden en aldus zijn leven vorm te geven. Deze vorm wordt ook wel psychologische empowerment genoemd en kan verder ingedeeld worden in drie lagen (Zimmerman en Warschausky, 1998; Steenssens en Van Regenmortel, 2007).

  1. De intrapersoonlijke of zelfbelevingscomponent verwijst naar het geloof in eigen vaardigheden en mogelijkheden. Maar ook in het vertrouwen en de wil om de persoonlijke situatie te beïnvloeden.
  2. De inter-persoonlijke of interactionele component refereert aan kritisch bewustzijn van maatschappelijke mogelijkheden, normen en middelen, vaardigheden om deze te benutten, mobiliseren van bronnen.
  3. De gedragscomponent heeft betrekking op de betrokkenheid bij de gemeenschap, participatie in sociale verbanden, constructief gedrag in de omgang met nieuwe situaties en het maken van keuzes.

Empowerment ontpopt zich dus als een multi-level construct waarbij de verschillende lagen interacteren (Van Regenmortel, 2009). Het speelt zich af op allerlei dimensies van het intra-psychische niveau tot aan het structurele/maatschappelijke niveau. Dit verklaart waarom het zo moeilijk is er een eenduidige beschrijving van te geven. Empowerment is niet één ding, niet één doel en niet één methodiek. Het is een denk- en handelingskader of paradigma waarbinnen op een fundamenteel andere manier wordt gekeken naar sociale problemen. Het verbindt het individuele welzijn van per­sonen en groepen met de bredere sociale en politieke context (Van Regenmortel, 2009).

In haar werk ‘Zwanger van empowerment, Een uitdagend kader voor sociale inclu­sie en moderne zorg’ en ook in tal van andere publicaties, biedt prof. dr. Tine van Regenmortel een rijk palet van begrippen, dragende bestanddelen, praktijken en voorbeelden, waarin de verschillende aspecten van het begrip empowerment naar voren komen en verbonden worden. Volgens Van Regenmortel (2010) richt empowerment zich op het versterken van personen en groepen met als doel dat iedereen een volwaardige plek heeft in de samenleving. Sociale inclusie staat voorop, maar wel met een duidelijk geloof in en appèl op de eigen krachten van burgers.

Participatie wordt als motor beschouwd voor het beoogde versterkingsproces. Nadrukkelijk gaat het daarbij niet om parti­cipatiedwang, het verplicht meedoen aan maatschappelijk gewenste activiteiten. Het betekent eerder een actieve uitnodiging om te participeren binnen de samen­leving. Ontmoeting en dialoog vormen hierbij de kernbegrippen. Aan de basis daarvan ligt de erkenning van individuele kwetsbaarheden, zonder deze te indivi­dualiseren. Van Regenmortel wijst op de samenhang tussen individuele kwetsbaar­heid en maatschappelijke kwetsbaarheid. Zolang er binnen de samenleving op de kwetsbaarheid van mensen gereageerd wordt met stigma en discriminatie, zal de kloof tussen ‘kwetsbare’ burgers en ‘gewone’ burgers groot blijven. Om deze afstand te verkleinen, dient een insiderperspectief te worden ingenomen. Empowerment hecht daarom grote waarde aan ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. Alleen al de erkenning dat ervaring met moeilijke om­standigheden een waarde op zich is en een belangrijke bron van kennis, is voor de betrokkenen een bron van kracht. Het biedt mensen de veerkracht die nodig is voor het vinden van nieuwe betekenisgeving, het zoeken naar positieve identiteiten en het nemen van verantwoordelijkheid. Deze en vergelijkbare begrippen vormen een verbindend kader van bouwstenen voor de nieuwe initiatieven en krachtgerichte praktijken.

Empowerment start bij de persoon zelf en gaat uit van de aanname dat iedereen, met of zonder ‘kwetsbaarheid’, graag regie wil hebben en houden binnen hun leefwereld. Tegelijkertijd geldt echter ook voor iedereen dat men in meerdere of mindere mate in deze zelfbepaling wordt begrensd door zowel interne als externe factoren. Deze factoren zijn steeds in verandering. De macht en kracht om invloed uit te oefenen op deze factoren zijn variabel en meestal is er een vorm van collectieve samenwerking of actie nodig.

3.2. Reaching out: actief burgerschap

Werken aan empowerment en werken met een empowerment benadering heeft op allerhande sociaal-maatschappelijke terreinen voet aan de grond gekregen. Welk beginpunt of precieze definitie van empowerment men ook hanteert, het is duidelijk dat empowerment vertrekt vanuit een geloof in de eigen kracht van mensen. Het empowermentproces start daarom altijd van binnenuit. Het vereist actieve participatie, binnen het individu en binnen het groter geheel.

Elk mens moet betrokkenheid krijgen, vertonen en uitreiken naar andere mensen; kortom: actief burgerschap. Deze actieve rol van mens, medemens, klant, zorgvrager, patiënt, cliënt eist dat we verantwoordelijkheid dragen voor het oplossen of voorkomen van problemen in het eigen leven. In een samenleving doordrongen van empowerment zijn mensen gelijkwaardig en kan eenieder goed tot zijn recht komen. Door te werken aan empowerment van een gemeenschap kan men bijdragen aan de empowerment van individuele leden. Of omgekeerd: een gebrek aan empowerment op het individuele niveau kan een weerslag hebben op het gemeenschapsniveau.

Belang van outreachend werken en ‘bemoeizorg’, een tegemoetkomende of ‘outreachende’ hulpverlening is uitermate geschikt om moeilijk bereikbare doelgroepen toch te bereiken en om krachten en mogelijkheden bij hulpvragers op te zoeken. De beweging gaat van de hulpverlening naar de hulpvrager toe, zowel in figuurlijke als letterlijke zin. De hulpverlening treedt hierbij naar buiten, hulpvragers worden opgezocht in hun eigen levenssfeer. Dit gebeurt soms ook ongevraagd (‘bemoeizorg’). Bij outreachend werken investeert men sterk in het leggen van contacten en de opbouw van een relatie. Men houdt rekening met de leefwereld en dagelijkse realiteit van de betrokkene. Het gaat om dialogisch werken, om een dialooggestuurde zorg.

Empowerment reikt een kader voor legitimering van het outreachend werken aan, voor ongevraagde bemoeienis. Dit kadert in de visie van een proactieve houding en het belang van preventie, aspecten die inherent zijn aan het empowermentparadigma. Vanuit empowerment wordt niemand in de steek gelaten, ook niet zij die zelf niet om hulp vragen of de samenleving de rug toe keren. Outreachend werken biedt net kansen aan de meest kwetsbare burgers, het voorkomt escalaties, drang en dwang en schept mogelijkheden om verbindingen weer tot stand te brengen.

3.3. De rol van zorg en welzijn: ondersteunen en faciliteren van empowermentprocessen

Het belangrijkste kenmerk van empowerment is dat de doelgroep zelf in het centrum staat van het empowermentproces. Het handelt hier om het uitbreiden van hun leefwereld en het aangaan van de dialoog en reikt dus verder dan het niveau van het individu. Het gaat om burgers die, ongeacht de situatie, hun leven vorm willen geven. Of ze nu een kwetsbaarheid hebben of niet. Om daaraan bij te dragen, heeft zorg en welzijn de opdracht aan te sluiten bij de leefwereld van de betref­fende doelgroep. De rol die voor zorg en welzijn is weggelegd, ligt daarmee op het mogelijk maken van empowermentprocessen door ondersteuning te bieden aan individuen en groepen en door voorwaarden te scheppen en omgevingen te creëren waarbinnen individuele en collectieve empowermentprocessen kunnen plaatsvinden. Dit vereist een integrale manier van werken. Ondersteunen en faciliteren betekent overigens niet een vermindering van zorg, meer afstand tot de kwetsbare doelgroepen of een verkleining van de verantwoordelijkheden of taken van zorg en welzijn.

Ten eerste kunnen hulpverleners op individueel of groepsniveau ondersteuning bie­den bij processen van reflectie en actie, bij het opdoen van empowerende ervarin­gen en bij het baas worden over en accepteren van de beperking of kwetsbaarheid. Voor elke doelgroep ziet de inhoud van hulpverlenen er anders uit, maar in alle gevallen zijn de houding van de hulpverlener en de manier waarop een methodiek wordt ingezet van doorslaggevend belang. Aansluiten bij de leefwereld betekent in de kern dat er een samenwerkingsrelatie nodig is waarin de hulpverlener zich niet te sturend opstelt maar wel nabij is en betrokken handelt. Van Regenmortel noemt dit ‘Invoegen én toevoegen’ (Van Regenmortel, 2008). Dit omvat oprechte aandacht en betrokkenheid, aanwezig zijn (Presentie, zie Baart, 2001,2004), respect, partner­schap, het appelleren aan de veerkracht en steunbronnen van cliënten en dialoog­gestuurde participatie als uitgangspunten van het ondersteunen van empowerment. Erkenning van en verdieping in ervaringskennis en het samenwerken met ervarings­deskundigen krijgt daarbij een centrale plaats. Ervaringsdeskundigen kunnen na­melijk door middel van dialoog de onbekendheid met de leefwereld van kwetsbare burgers en doelgroepen verkleinen en zo het hulpaanbod beter laten aansluiten op de hulpvraag (Goossens, in: Van Regenmortel, 2010).

Ten tweede kan er vanuit zorg en welzijn worden bijdragen aan het faciliteren van empowermentprocessen door ruimte te creëren voor een uitbreiding van hande­lingsmogelijkheden van de doelgroep. Deze vorm van empowerend werken strekt zich uit van micro- tot meso- en macroniveau. Faciliteren van empowerment richt zich op het vergroten van de eigen en collectieve regie van een doelgroep, door het scheppen van ruimte om eigen invulling te geven aan het leven. Vaak betekent het dat er een maatschappelijk klimaat moet worden gecreëerd waarin werkelijke, zinvolle en haalbare handelingsmogelijkheden binnen wonen, werken, sociale contacten, daginvulling enz… voor mensen met een kwetsbaarheid ontstaan. Het vergroten van de acceptatie van ‘anders zijn’ en het tegengaan van uitslui­tingprocessen zijn daarbij belangrijk aandachtspunten.

Voor het ondersteunen en faciliteren van empowermentprocessen zal in dialoog met de kwetsbare burgers moeten worden onderzocht of en welke veranderingen mogelijk en wenselijk zijn en hoe die veranderingen bewerkstelligd of gerealiseerd kunnen worden. Bij empowerend werken hoort een erkenning van zowel de bevorderende als de belemmerende factoren in de persoonsituatieconfi­guratie, het omgaan met effecten van socio-economische beperkingen, ziekten en beperkingen, het aanboren van mogelijkheden, het inschakelen van hulpmiddelen of van krachtbronnen in de persoon zelf en in de omgeving om het evenwicht tussen draagkracht en draag­last te herstellen en het vergroten van de persoonlijke competentie om zelf sturing te geven aan de eigen levensomstandigheden (Van Beugen, 1977). Door de twee modellen te koppelen ontstaat er een integrale benadering die de zelfsturing kan versterken.

3.4. Self-empowerment

Op individueel niveau vormt zelfkennis een eerste belangrijke stap om het proces van empowerment op gang te brengen.

  • Ken jezelf: waar liggen jouw krachten en talenten, benut je deze en zo nee, waarom niet?
  • We zijn allen kwetsbaar: Durf je kwetsbaarheid erkennen en er actief iets aan doen.
  • Blijf positief: focus je op het identificeren van je mogelijkheden, bronnen en capaciteiten in plaats van op negatieve aspecten en risicofactoren.
  • Durf hulp vragen aan anderen.
  • Geef niet op! Empowerment is een leerproces. Elke dag opnieuw.
  • Reik uit: neem tijd en aandacht om hulp te bieden

Empowerment gaat in twee richtingen: jezelf motiveren en jezelf in staat stellen doelen te bereiken en de ander het vermogen te laten ontwikkelen hetzelfde te doen.  Dit betekent alles bij elkaar dat:

  • je gelooft in kansen en mogelijkheden.
  • je in staat bent om eigen keuzes te maken.
  • je in staat bent om besluiten te nemen, ongeacht wat een ander vindt, denkt en doet.
  • je toegang hebt tot bronnen die helpen keuzes te maken en besluiten uit te voeren.
  • je in staat bent om een koers uit te zetten
  • je de mogelijkheid hebt om nieuwe dingen te leren die je helpen je doel te bereiken.
  • je de mogelijkheid hebt voor jezelf te staan en aan je mening vast te houden naast die van een ander.
  • je ten alle tijden verantwoordelijk bent voor jezelf en je daden.

Op individueel niveau duidt empowerment op ‘power from within’, kracht van binnenuit, met onder meer het aanspreken van eigen kwaliteiten, het ontwikkelen van vaardigheden met toename van zelfbewustzijn, zelfvertrouwen enz….

——————————————————————————–

Meer weten?
  • Jacobs G, Braakman M, en Houweling J. (2005), Op eigen kracht naar gezond leven. Empowerment in de gezondheidsbevordering: concepten, werkwijzen en onderzoeksmethoden. Universiteit voor Humanistiek, Utrecht
  • Van Beugen, M. (1971), Sociale technologie en het instrumentele aspect van agogische actie
  • Van Regenmortel, T. (1996), Maatzorg. Een methodiek voor het begeleiden van kansarmen. Theorie en praktijk in het OCMW van Genk [Tailored Care. A Method fo the Support for the Poor. Theory and Practice in the Public Centre for Social Welfare of Genk]. Leuven/Amersfoort: Acco.
  • Van Regenmortel, T. (2002a). Empowerment en Maatzorg. Een krachtgerichte psychologische kijk op armoede [Empowerment and Tailored Care. A Powerful Psychological Approach of Poverty]. Leuven/Leusden: Acco.
  • Van Regenmortel, T. (2002b). Empowerment en Maatzorg. Een krachtgerichte psychologische kijk op armoede [Empowerment and Tailored Care. A Powerful Psychological Approach of Poverty] (pp. 71–84). In J. Vranken, K. de Boyser, D. Geldof & G. Van Menxel (Eds.), Armoede en Sociale Uitsluiting, Jaarboek 2002. Leuven/Leusden: Acco.
  • Van Regenmortel, T. (2007). Empowerment en vraagsturing in de zorg. Onlosmakelijk verbonden [Empowerment and Demand-driven Care. Are they Intertwined]? Tijdschrift voor Welzijnswerk, 319(288), 6–14.
  • Zimmermann, M.A. and Rappoport, J. (1988), Citizen participation, perceived control and psychological empowerment. American Journal of Community Psychology, 16: 725-750.
  • Zimmerman, M. A. (1995), Psychological empowerment: issues and illustrations. American Journalof Community Psychology, 23(5), 581–599.
  • Zimmerman, M. A. (2000), Empowerment theory: psychological, organizational and community levels of analysis. In J. Rappaport & E. Seidman (Eds.), Handbook of Community Psychology (pp. 43–63). New York: Kluwer Academic/Plenum Publishers.
  • Zimmerman, M. A., & Warschausky, S. (1998), Empowerment theory for rehabilitation research: conceptual and methodological issues. Rehabilitation Psychology, 43(1), 3–16.

Pieter De Varé

Werkzaam geweest als docent verpleegkunde, algemeen directeur van het Kinderziekenhuis Antwerpen en als consultant inzake management en herstructurering.

More Posts


Laat een antwoord achter

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>